De snelheid waarmee je door beton boort, bepaalt hoeveel werk je per dag verzet en daarmee je productiviteit. Toch is boorsnelheid geen vast gegeven, maar het resultaat van een samenspel van factoren die je grotendeels zelf in de hand hebt. Wie zich verdiept in informatie over betonboren, merkt dat de snelheid afhangt van het materiaal, de boor, het toerental, de aanzetdruk en de machine. In dit artikel bespreken we de belangrijkste factoren.
De hardheid en samenstelling van het beton
De eerste factor is het materiaal zelf. Hard, uitgehard beton boort langzamer dan zachter, jonger beton. De samenstelling speelt een grote rol: beton met veel hard, kwartshoudend toeslagmateriaal is abrasiever en boort trager dan beton met zachter toeslag. Ook de aanwezigheid van wapening beïnvloedt de snelheid, omdat het doorboren van staal anders verloopt dan het snijden van beton.
Deze materiaaleigenschappen liggen grotendeels vast, maar het is belangrijk ze te kennen. Ze bepalen namelijk welke boor je moet kiezen en welke snelheid realistisch is. Een boor die niet is afgestemd op de hardheid van het materiaal, zal trager boren of verglazen. Het begrijpen van het materiaal is daarmee de basis voor een goede boorsnelheid.
De afstemming van de boor op het materiaal
De tweede factor is of de boor past bij het materiaal. Een diamantboor werkt op basis van een zelfslijpende cyclus, waarbij de matrix wegslijt en verse diamanten blootlegt terwijl de oude bot worden. Wanneer de matrixhardheid past bij de abrasiviteit van het beton, blijft deze cyclus in evenwicht en boort de boor op snelheid.
Past de matrix niet bij het materiaal, dan daalt de boorsnelheid. Een te harde matrix voor hard beton leidt tot verglazing: de diamanten blijven opgesloten en de boor glijdt over het beton. De boorsnelheid kan dan sterk teruglopen. Een boor die past bij het materiaal is daarom een van de belangrijkste voorwaarden voor een goede boorsnelheid.
Het toerental en de omtreksnelheid
De derde factor is het toerental in verhouding tot de diameter. Wat telt is de omtreksnelheid, de snelheid waarmee de segmenten langs het beton bewegen. Deze moet binnen een optimaal bereik blijven. Bij een te lage omtreksnelheid snijden de segmenten inefficiënt, bij een te hoge ontstaat te veel warmte die de boor beschadigt.
Omdat de omtreksnelheid afhangt van zowel toerental als diameter, moet het toerental worden afgestemd op de diameter. Grote diameters vragen een lager toerental, kleine diameters een hoger toerental. Een verkeerd toerental leidt tot een lagere boorsnelheid of tot oververhitting. Het juiste toerental per diameter is dus een factor die de vakman direct kan sturen.
De aanzetdruk
De vierde factor is de aanzetdruk, de kracht waarmee je de boor tegen het beton drukt. Er bestaat een optimaal drukbereik waarbinnen de boorsnelheid het hoogst is. Bij te weinig druk drukken de diamanten niet diep genoeg in het beton en glijdt de boor, wat leidt tot verglazing en een lage snelheid. Bij te veel druk slijt de boor onnodig snel en kan de machine in toerental terugvallen.
De vakman voelt de juiste druk aan door te letten op de boorsnelheid en het toerental. Blijft het toerental constant en boort de machine gestaag door, dan zit de druk goed. Loopt het toerental terug, dan is de druk te hoog. Glijdt de boor zonder voortgang, dan is de druk te laag of is de boor verglaasd. De juiste aanzetdruk is een vaardigheid die de boorsnelheid sterk beïnvloedt.
Het vermogen en de koeling van de machine
De vijfde factor is de machine zelf. Een machine met voldoende vermogen houdt het toerental constant onder belasting, ook bij hogere aanzetdruk. Een te licht bemeten machine valt terug in toerental zodra je druk uitoefent, wat de boorsnelheid verlaagt. Voldoende vermogen in verhouding tot de diameter is daarom belangrijk.
Ook de koeling telt. Bij natboren voert het water warmte af en houdt het de boor op snelheid. Een goede waterdoorvoer is essentieel om oververhitting en de daaruit volgende snelheidsdaling te voorkomen. Let er daarom op dat u een diamantboormachine kopen kunt met voldoende vermogen en een goede koeling in verhouding tot het beoogde werk, omdat deze factoren de boorsnelheid mede bepalen.
De factoren samen benutten
Voor de professional komt een goede boorsnelheid neer op het samenspel van deze factoren. Kies een boor die past bij het materiaal. Stem het toerental af op de diameter. Doseer de aanzetdruk zo dat de machine op toerental blijft. Zorg voor voldoende vermogen en goede koeling. En ken het materiaal waarin je boort.
Wanneer deze factoren op elkaar zijn afgestemd, boor je op de hoogst haalbare snelheid voor het materiaal. Loopt de snelheid terug, loop dan de factoren langs: is de boor verglaasd, klopt het toerental, is de druk juist, werkt de koeling? Door systematisch naar deze factoren te kijken, houd je de boorsnelheid op peil en werk je efficiënter.

